Kringloopwinkel HET GOEDE DOEL


Geschiedenis ontstaan kringloopwinkel Spijkenisse

Inleiding
Rondom de start van de kringloopwinkel van Spijkenisse doemt voortdurend de naam inloophuis op. Beide namen lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik zal proberen een juiste chronolo­gische schets te geven. Zeker voor hen die op een later tijdstip met de kringloopwinkel te maken krijgen, is het goed te ontdekken hoe het een en ander in z’n werk is gegaan en
hoe en waarom bepaalde afspraken zijn gemaakt in het verleden.

Kringloopwinkel
De naam kringloopwinkel valt voor zover na te gaan in Spijkenisse voor het eerst in 1994. Dorsvloer­­predikant Dick Sonneveld was nog maar net in Spijkenisse begon­nen toen hij, gesterkt door positieve ervaringen in zijn vorige gemeente Wateringen, het plan had om ook in zijn nieuwe gemeente een ker­ke­lijke kringloop­winkel te beginnen met het voor de hand liggende doel geld te genereren voor de Gerefor­meer­de Kerk van Spijkenisse. Gerard de Haan ging op verzoek van Dick de mogelijkheden bekijken waarvoor hij o.a. contact opnam met de diaconie van Wateringen. Samen brachten Dick en Gerard daarna hun plannen in de wijkoverstijgende gerefor­meer­de Kerken­raad voor Algemene Zaken, de KAZ. Deze kerkenraad durfde de verantwoordelijkheid voor een kringloopwinkel uiteindelijk niet aan en de winkel kwam er niet. Tot zover voorlopig de kring­loop­winkel.

Inloophuis
Een jaar later, in 1995, gingen geluiden op in de Gereformeerde Kerk van Spijkenisse een inloop­huis te beginnen. Dit idee kwam niet zomaar uit de lucht vallen; in gemeenten om ons heen zoals in Rotterdam en Vlaardingen zagen we met groot succes inloophuizen geopend worden die in een behoefte voor­zagen: opvang van mensen die behoefte hebben aan contact, gesprek, gezellig­heid en aandacht. Bij een klein groepje kerkleden onder wie Ciska Huijer, Frans Munts en Cor Spiering leefde dit idee sterk. Zij mogen als aanjagers van het eerste uur worden gezien: ze wisten de kerken­raad in beweging te krijgen. Hun enthousiasme had tot gevolg dat de Gereformeerde Kerk zich beter van haar taak bewust werd om alleenstaanden en eenzamen in Spijkenisse een moge­lijkheid te bieden met elkaar en met de kerk in contact te komen. Er moest dus een inloop­huis van de grond komen!

In diezelfde periode had de Gereformeerde Kerk het gebouw De Stede verkocht en het daarmee verkregen geld in deposito gezet. Het plan ontstond om samen met andere kerkgenootschappen een gebouw aan te schaffen voor jeugd- en andere activiteiten. Al snel werd er – om een breed draag­vlak te creëren - contact gezocht met andere kerkgenootschappen in Spijkenisse, met name de Katholieke Parochie en de Hervormde Gemeente. Diverse vergaderingen vonden plaats in de periode 1995 tot 1997. Het uiteindelijke resultaat was dat een gezamenlijke operatie niet haalbaar werd geacht. Het geopperde plan om de bekostiging van zo’n inloophuis te starten werd door de andere kerken volstrekt te riskant gevonden: wie garandeert dat zo’n inloophuis goed loopt?, welke investering moet worden gedaan?, hoe liggen de verantwoordelijk­heden als dingen niet goed gaan? en meer van dat soort overigens begrijpelijke vragen. Een tijdlang was het inloophuis van de agenda, maar het gemis bleef knagen.

Kringloopwinkel en inloophuis
Uiteindelijk werd van gereformeerde kant de knoop doorgehakt: zonder overleg met de andere kerkgenootschappen werd besloten gewoon te starten met een inloophuis in een beschikbare zaal van De Stede. Het was ds. Karel Koekkoek die samen met Cor Spiering dit initiatief nam. De beno­digde financiële middelen werden verstrekt door de Missionaire Commissie van de Gerefor­meerde Kerk. Toen na verloop van tijd de financiële middelen uitgeput dreigden te raken om het inloop­huis te kunnen voortzetten, staken enkele enthousiaste kerkmensen de hoofden bij elkaar en kwamen met het plan om een kringloopwinkel te beginnen om zo aan het benodigde geld te komen. Naast ds. Karel Koekkoek en Cor Siering moeten beslist Gerard de Haan, Peter van Marion en Adrie de Klerk worden genoemd. Het pand aan de Lisstraat kwam vrij en al snel kwamen er mogelijkheden om met de zo gewenste winkel te kunnen beginnen.

In een vergadering met het kerkbestuur werd door de voortrekkers gezegd: ” We hebben een pand waar we een kringloopwinkel kunnen starten, we hebben al een groep enthousiaste medewerkers die op vrijwillige basis zich willen inzetten, we kiezen voor een stichtingsvorm die volstrekt los en autonoom van de kerk functioneert, en we hebben als doel: het kunnen laten functioneren en bekostigen van één of meer inloophuizen. Wat we nodig hebben is een lening van de kerk om de eerste aanschaf te kunnen realiseren en de garantstelling om de huur te kunnen voldoen gedurende de eerste maanden.”

Om een lang verhaal kort te houden: de Gereformeerde Kerk leende een bepaald bedrag, stond voor een paar maanden garant, de winkel werd geopend op 19 maart 1998 en al snel bleek dat de formu­le succesvol was: na drie maanden was de lening al terugbetaald! Afgesproken werd met de kerk dat in het stichtingsbestuur plaats zouden nemen vanuit het kerkbestuur één persoon, en vanuit de Missionaire Commissie ook één persoon. Op deze manier zou het contact tussen stich­ting en kerk gewaarborgd zijn.

De ICIS werd opgericht, oftewel de Interkerkelijke Commissie Inloophuizen Spijkenisse die verant­woordelijk is voor de gang van zaken in het inloophuis. Al vrij snel werd er een tweede inloophuis gestart. Gerard de Haan werd aanvankelijk voorzitter van de ICIS en ds. Karel Koekkoek werd de eerste voorzitter van het stichtingsbestuur. Na korte tijd ruilden beide voorzitters van functie en kwamen op een plaats terecht die beter bij hen paste. Er werden medewerkers gezocht en gevon­den; Gerard werd tevens winkelchef en het boegbeeld van de winkel tot zijn overlijden.

Belangrijke uitgangspunten die bij de oprichting zorgvuldig werden verwoord en in de statuten werden vermeld, zijn (samengevat):

Het is goed, zeker voor hen die het ontstaan van de kringloopwinkel niet (goed) kennen, dat bovenge­noemde punten nog eens worden opgediept.

In de afgelopen 10 jaren is de omzet van de winkel vrijwel elk jaar gestegen. Er wordt beslist in een behoefte voorzien: niet alleen voor mensen met een smalle beurs, maar ook voor mensen die het goed kunnen betalen en die van snuffelen houden en op koopjes en snuisterijen uitzijn, is de winkel een graag bezochte plaats.

Naast de vaste financiële verplichting naar de ICIS en twee andere ‘vaste’ goede doelen die geadopteerd zijn, steunt de winkel elk jaar een groot aantal andere goede doelen die doorgaans genomineerd worden door de vaste vrijwilligers. Aan het gegeven dat de oprichters van de winkel destijds de naam ‘Het Goede Doel’ kozen, valt niets af te dingen.

Evert van Beilen,
secretaris Kringloopwinkel
29 februari 2008

<< terug